5 oktober 2023 4 min

Van rustige dag tot spoed

Door Lysanne van Heijningen

Van rustige dag tot spoed

Het is een rustige dag, een feestdag. De ochtend start met een echo en daarna een kraamvisite. De rest van de dag zijn er geen afspraken gepland. Mijn vader is op bezoek vanuit Nederland, we besluiten om Steffen zijn vader en stiefmoeder uit te nodigen voor een BBQ bij ons thuis.

Overdag ben ik alvast bezig met marineren en salades maken. Rond 4 uur in de middag komen we erachter dat de briketten op zijn — Steffen en ik gaan die samen halen.

Het telefoontje

Onderweg word ik gebeld door een zwangere van ruim 36 weken. Ze heeft plotseling veel bloedverlies. Ik zeg haar meteen naar de praktijk te komen. Steffen hoort het gesprek en rijdt automatisch al door naar de praktijk.

Aldaar zet ik de machine aan en spelen verschillende scenario’s af in mijn hoofd. Had ze geen laagliggende placenta? Snel even terugkijken — nee. Een heftige bloeding van de baarmoedermond? Of zou het toch een loslatende placenta zijn? Dat is zo zeldzaam. Zeker bij zo’n gezonde zwangere.

Het wachten duurt lang. Mijn gedachten maken overuren.

De diagnose

Als ze aankomen, zie ik de paniek in hun ogen. Ze gaat snel liggen. Met de echo zie ik een kloppend hartje — opluchting. Haar partner geeft aan dat hij dacht dat ze het kindje al hadden verloren. De tranen staan in zijn ogen.

Dan kijk ik verder. Ik zie een bloeding achter de placenta — een flinke bloeding. Shit, het is echt een loslating.

Ik bel snel de gynaecoloog. Steffen belt in de tussentijd de ambulance. Ik pak alles om een infuus te prikken. Eerste keer mislukt, tweede keer zit hij goed. Ik bel de gynaecoloog terug: “Ah top, dat wilde ik je net vragen. Kun je ook een verblijfscatheter plaatsen?” Graag!

De ambulance

Tijdens het plaatsen van de catheter komt de ambulance aan — goede timing. Ik kijk nog snel naar de hartslag van de baby: nog goed.

Ik ga mee in de ambulance. Steffen blijft achter om op te ruimen. De rit is hobbelig — de wegen hier zijn niet het beste en we rijden snel. De broeders hebben goed door dat het serieus is. Gelukkig is het een feestdag, dus weinig verkeer. Ik luister constant naar de hartslag van de baby. Die zakt af en toe iets, maar trekt elke keer bij.

De zwangere kijkt me aan met paniek in haar ogen. Ik probeer haar gerust te stellen: ik hoor hem nog, hij is er nog.

Het ziekenhuis

Binnen 5 minuten zijn we bij het CMC. We rennen met haar naar de verlosafdeling. De gynaecoloog bevestigt de diagnose en besluit tot spoedkeizersnede. Het operatieteam staat al klaar.

Met haar partner blijf ik achter in de wachtkamer. Wat gaan de minuten langzaam.

Dan het verlossende woord: hun zoontje leeft en doet het goed. Even later komt de kersverse moeder terug, nog helemaal versuft van de narcose maar met tranen — van opluchting en van schrik.

De gynaecoloog vertelt me daarna dat de placenta al helemaal los lag. Het kindje was slap en bleek ter wereld gekomen. Een paar minuten extra en hij had het niet overleefd.

Terug naar huis

Steffen haalt me op bij het CMC. Bij het instappen voel ik hoe moe ik ben, hoeveel spanning er in mijn lichaam zit. De tranen lopen over mijn wangen. Wat ben ik blij dat dit goed is afgelopen — en dat juist deze gynaecoloog dienst had, mij op mijn woord geloofde en alle acties meteen in gang had gezet.

De kraamtijd

In het kraambed wordt veel gepraat. Hoe dankbaar we zijn dat hij het heeft overleefd. Er is een band ontstaan — tussen mij, de cliënt en haar partner, maar ook tussen hen en Steffen.

De borstvoeding komt traag op gang; hij heeft weinig kracht om te drinken. Een beeld passend bij veel bloedverlies na de bevalling. Maar deze powervrouw zet door. Na een paar maanden geeft ze volledig borstvoeding en is het kleine ielige mannetje een mollig ventje geworden. Zo trots.